Overal lagen papieren op tafel met al haar ideeën. Iedere keer kwam er weer een nieuw idee over een verhaal in haar hoofd op. Ze kon haar hoofd er niet echt bijhouden de laatste tijd. Misschien kwam het omdat haar moeder erg ziek was en vermoedelijk niet lang meer te leven had. Onwillekeurig moest ze de laatste tijd terugdenken aan haar jeugd in Enkhuizen. Ze was geboren in de Torenstraat in een oud pandje. Haar jeugd was niet echt fijn verlopen, haar vader was al sinds haar geboorte uit beeld. Als ze er haar moeder naar vroeg kreeg ze altijd te horen, dat hij al voor haar geboorte vertrokken was. Haar moeder hield vol dat ze zelfs zijn naam niet meer wist. Spelen deed ze altijd met haar neefjes en nichtjes. Toen ze wat ouder werd gingen ze soms met z'n alle zwemmen. Ze gingen dan de Oosterdijk over en de weilanden door, daar kon je heerlijk in het ondiepe water spelen. Ook ging ze vaak 's morgens vroeg als de vissersschepen binnenkwamen naar de haven. Bij het uitladen van de vis vielen er geregeld kleine vissen op de grond, die raapte ze dan op en nam ze mee naar huis. Ze was dan niet de enige, de kade stond vol met kinderen die allemaal vochten om een paar visjes. Zomers was het nog wel gezellig in de stad, veel toeristen en dagjes mensen die met hun boot in de haven lagen. Maar in de winter leek het wel of ze in Siberië woonde, uitgestorven straten en altijd die koude wind die over het IJsselmeer aankwam waaien. Toen was ze al begonnen met schrijven, boven op haar kleine kamertje. Voor de ramen hing een deken om de wind die door de vele kieren drong tegen te houden. Af en toe kwam er familie uit Delft logeren en soms uit Spakenburg waar een broer van haar moeder woonde. Op school blonk ze niet echt uit, gewoon een gemiddelde leerling. Vrienden had ze niet echt, ze schaamde zich een beetje omdat al de andere kinderen wel over hun vader spraken maar zij nooit wist wat ze moest zeggen. Op een dag vertelde haar moeder dat ze gingen verhuizen, ze was toen een jaar of twaalf. Ze schrok zich rot, zomaar weg uit haar vertrouwde omgeving. Onwillekeurig was ze een beetje verliefd geworden op de oude gebouwen in Enkhuizen. Die hadden iets vertrouwds. Vooral de Drommedaris bij de haven had iets, ze kon het niet echt duiden. Misschien was het de ouderdom van het gebouw of het feit dat het gebouw misschien wel haar vader had gezien. Ze fantaseerde daar over in haar verhaaltjes.
Een week of twee later stond daar dan die verhuiswagen voor de deur. Met weemoed had ze de dagen daarvoor al haar spulletjes ingepakt, haar verhaaltjes keurig bijeengebonden in een mapje.
Terwijl de verhuizers de dozen en meubels in de auto sjouwden, liep ze nog een laatste rondje door Enkhuizen. Vanuit de Torenstraat liep ze naar het Venedie, over de brug de Spoorstraat in en dan de Havenweg op richting de Drommedaris. Daar aangekomen legde ze haar handen tegen de muren van het gebouw, ze voelde de warmte van de muur in haar trekken. Wat werd ze daar rustig van.
Langzaam liep ze weer terug naar de verhuiswagen.
Ze gingen wonen in Hooglanderveen, wat een verschil was dat geweest met haar leven in Enkhuizen. Een echt dorp vergeleken met waar ze eerst woonde. Het leek wel of haar moeder gek geworden was, hier was helemaal niks te doen. Ook moest ze plotseling iedere dag hele stukken fietsen naar Amersfoort. Ze trok zich steeds meer terug op haar kamertje om te schrijven.
Toen ze een jaar of vijftien was bleef ze soms even hangen in Amersfoort. Ze had daar de oude gebouwen ontdekt. Onwillekeurig werd ze daar ook weer aangetrokken door al die eeuwen oude gebouwen. Vaak liep ze door de Muurhuizen en over het Havik. Vooral het gebouw op nummer 25 vond ze mooi. Dat had van de mooie rode luiken en viel daardoor nogal op. Maar de Onze Lieve Vrouwetoren stond toch op de eerste plaats. Daar kon ze lange tijd naar kijken, soms ging ze stil tegen een van de muren staan om de warmte en de uitstraling van het gebouw in zich op te nemen.
Na haar middelbare schooltijd was ze gaan werken, maar dat bleek geen succes. Ze was vaak te afwezig met haar gedachten. Op een gegeven moment was ze afgekeurd, ze kreeg nu al jaren een uitkering. Ook had ze het benauwde van Hooglanderveen achter zich gelaten en woonde nu in een klein flatje aan de Arubalaan in Amersfoort. Een relatie had ze eigenlijk nooit gehad, misschien kwam dat wel door dat ze was opgegroeid zonder vader. Ze merkte dat ze daardoor toch niet zo makkelijk contact maakte met mannen. Echt uitgaan deed ze niet, wel ging ze bijna dagelijks bij Corazon koffie drinken. Dat vond ze ook een fijne omgeving om aan haar verhalen te werken.
Af en toe maakte ze dan een praatje met een van de meisjes die daar werkte, Lisa heette ze.
En ze maakte regelmatig reizen, laatst was ze nog naar Rome geweest. Wat een ervaring al die oude gebouwen. Daar werd ze helemaal warm van als ze er nog aan dacht. Heimelijk was ze dan verliefd op zo'n gebouw. Ze had er een reisverhaal over geschreven, dat ze ook nog had kunnen verkopen.
Plotseling moest ze denken aan die keer dat ze bij Corazon zat en die man op haar afgekomen was. Ze was een beetje in haar schulp gekropen, maar hij had haar vriendelijk toegesproken. Hij was een jaar of 65 dacht ze. Een soort vaderfiguur die haar had overgehaald om een keer met hem uit te gaan. Aarzelend had ze ingestemd met zijn verzoek. Maar de avond was niet fijn verlopen. Ze was zomaar ineens niet goed geworden, duizelig, misselijk en ze had zich suf en verward gevoelt. De man had aangeboden haar thuis te brengen, ze had er amper iets van gemerkt maar de volgende dag lag ze uitgekleed in haar bed. Ze had geen idee hoe ze daar was gekomen. Van de man ontbrak ieder spoor. Daarna had ze zeker een uur onder de douche gestaan, ze voelde zich vies en verward.
Van de avond zelf wist ze ook niks meer. Deze ervaring had ze niet met iemand kunnen delen, haar moeder was eigenlijk niet meer aanspreekbaar. Ze zat nu al een maand in een verzorgingshuis. Haar geheugen liet haar steeds meer in de steek. Over haar vader viel helemaal niet te praten, wel vertelde haar moeder steeds meer over vroeger. Ze had daar door gehoopt dat haar moeder wat meer wilde vertellen. Zelf had ze de indruk dat ze toch meer over haar vader wist dan ze los liet.
Onrustig geworden door al die gedachten die door haar hoofd spookte, trok ze haar jas aan en besloot dit keer naar Corazon te gaan lopen voor haar dagelijkse koffieuurtje.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten