Ze legde de telefoon neer en barstte in snikken uit. De dood van haar moeder, de gevonden informatie over haar vader en de plotselinge eenzaamheid werd haar even te veel. De enveloppe met alle gegevens die ze bij haar moeder gevonden had lag op de grond. Boos gaf ze er een trap tegen. Wat een leugens allemaal al die jaren. Haar moeder had het al die tijd wel geweten. God, wat haatte ze haar moeder ineens. Ze pakte haar jas en sleutels en rende naar buiten, ze moest er even uit. Buiten aangekomen liep ze het vlakbij gelegen bosgebied Klein Zwitserland in. Langzaam kwam ze weer wat tot rust en besloot naar het centrum te lopen.
De weg liep langzaam omhoog en in gedachte zag ze zich lopen op de Borgo in Rome. De weg er na toe liep langzaam vanaf de wijk Trastevere omhoog en boven had je een prachtig uitzicht over de oude stad. Langs de Fontana dell"Acqua Paola ging de weg langzaam hoger. Ze zag zich weer zitten bij bar Tasso aan de Passeggiata di Gianicolo waar ze een heerlijke espresso had gedronken. Naast haar zat een priester een boek te lezen. Opeens klonk er een doffe knal, de priester had zijn boek neergelegd en was in gebed verzonken. Na dat hij zijn gebeden had gezegd begon hij een gesprekje en vertelde dat dat het kanonschot van 12 uur was geweest. Dat word al 150 jaar gedaan om het middaguur aan te geven. Hij bleek een paar jaar in Utrecht te hebben gestudeerd en sprak goed Nederlands. Ze stond op en bedankte hem voor het gesprek. Langzaam liep ze de heuvel af, richting de via di Porta Santo Spirito. Ze kwam op de via Borgo Santo Spirito en keek naar links. De adem stokte in haar keel, ze kreeg het warm en koud tegelijk. Haar hart ging als een razende te keer. Langzaam liep ze verder. Het was enorm druk en al die mensen bezorgde haar een onprettig gevoel. Dichterbij gekomen voelde ze vlinders in haar buik, dat gevoel had ze al jaren niet gehad.
De mensen om haar heen zag ze al niet meer, alles vervaagde even voor haar ogen. En ineens was ze er. Ze voelde de warmte haar omhelzen en ze kwam weer tot rust. Warme stralen omhulde haar en ze voelde zich voor het eerst rustig. Dat had ze tot dus ver nog maar een paar keer eerder meegemaakt. Ze omhelsde het gevoel met beide armen. Verliefd op een gebouw wie had dat kunnen bedenken en nog wel het Vaticaan. Al die mensen zou ze niet kunnen uitleggen dat zij voor dat gebouw was gekomen en niet voor de Paus of het plein. Bijna niemand wist van haar liefde voor gebouwen, ze dachten dat ze eenzaam was. Maar als ze in Amersfoort bij de toren stond dan had ze hetzelfde of zelfs een nog warmer gevoel.
Intussen was ze het centrum van Amersfoort binnengelopen en bij de toren aangekomen raakte ze de muren met beide handen aan. Zachtjes vertrouwde ze haar geliefde toren al haar ellende toe. Die belazerde haar niet en luisterde zonder commentaar naar al haar verhalen. Ze had de gemeente al een keer een brief gestuurd met het verzoek of ze met de toren kon trouwen, maar daar was nooit een antwoord opgekomen. Eigenlijk snapte ze dat ook wel, maar ja het zou mooi geweest zijn.
Ze hoopte gauw antwoord op haar telefoontje te krijgen. Als ze weer thuis was zou ze alle gevonden gegevens voor hem op de mail zetten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten